De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de man tot omgang met een minderjarige die hij als vaderfiguur beschouwt, hoewel hij niet de biologische of juridische vader is. Na beëindiging van de relatie in juli 2021 was er tot oktober 2021 een omgangsregeling, die na een incident op 4 oktober 2021 door de moeder eenzijdig werd stopgezet.
De rechtbank verwees partijen naar Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding, maar de moeder weigerde medewerking, waardoor de omgang niet kon worden hervat. De minderjarige is onder behandeling bij Yoep voor onder meer emotieregulatie, ADHD en verwerking van ingrijpende gebeurtenissen, met zorgelijk gedrag zoals woede-uitbarstingen en zelfbeschadiging.
De rechtbank acht het belang van de minderjarige leidend en concludeert dat omgang met de man, begeleid of onbegeleid, de draagkracht van de minderjarige overschrijdt. Ook de weerstand van de moeder tegen omgang heeft een negatieve invloed. Daarom wijst de rechtbank de verzoeken van de man af en legt geen dwangsom op. Een raadsonderzoek wordt niet gelast vanwege de reeds aanwezige hulpverlening en de belasting voor de minderjarige.