ECLI:NL:RBDHA:2024:4369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 maart 2024
Publicatiedatum
28 maart 2024
Zaaknummer
NL24.7158
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting termijn ophalen mvv-sticker

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) toe te kennen aan verzoekster. Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de termijn van drie maanden voor het ophalen van de mvv-sticker opschort, zodat verzoekster haar minderjarige kinderen niet hoeft achter te laten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang aanwezig is, omdat de termijn van drie maanden nog in bezwaar is en dus niet definitief vaststaat. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, kan verzoekster alsnog binnen een redelijke termijn de mvv-sticker ophalen. Daarnaast was niet evident dat het bezwaar redelijke kans van slagen heeft.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de termijn voor het ophalen van de mvv-sticker is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende kans van slagen van het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7158

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] , verzoekers

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Met het besluit van 26 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van [naam referent] (referent) van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van [naam verzoekster] (verzoekster) ingewilligd.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de termijn van maximaal drie maanden voor het ophalen van de mvv-sticker bij de Nederlandse ambassade in Addis Abbeba en het reizen naar Nederland wordt opgeschort tot op het bezwaar van de minderjarige kinderen van verzoekster is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Allereerst zal worden beoordeeld of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. [1]
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het geval van verzoekster geen spoedeisend belang aanwezig is. Verzoekster zou, naar eigen zeggen, haar minderjarige kinderen moeten achterlaten als de termijn voor het ophalen van de mvv-sticker niet wordt opgeschort. Verzoekster heeft echter deze termijn van drie maanden in bezwaar aangevochten, waardoor deze nog niet in rechte vaststaat. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, zal zij dus alsnog de mvv-sticker kunnen ophalen binnen een voor haar redelijke termijn. Of dat bezwaar gegrond wordt verklaard, zal mede afhangen van de uitkomst van de bezwaarprocedures van de gestelde minderjarige kinderen van verzoekster tegen de afwijzing van de voor hen aangevraagde mvv.
3. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bezwaar redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal houden.
4. Het bezwaar heeft dan ook niet op voorhand een redelijke kans van slagen.
5. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.