ECLI:NL:RBDHA:2024:4369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting termijn ophalen mvv-sticker
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) toe te kennen aan verzoekster. Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de termijn van drie maanden voor het ophalen van de mvv-sticker opschort, zodat verzoekster haar minderjarige kinderen niet hoeft achter te laten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang aanwezig is, omdat de termijn van drie maanden nog in bezwaar is en dus niet definitief vaststaat. Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard, kan verzoekster alsnog binnen een redelijke termijn de mvv-sticker ophalen. Daarnaast was niet evident dat het bezwaar redelijke kans van slagen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot opschorting van de termijn voor het ophalen van de mvv-sticker is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende kans van slagen van het bezwaar.