Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij Marokko had verlaten vanwege extreme armoede.
De rechtbank oordeelde dat Marokko een veilig land van herkomst is, wat een algemeen rechtsvermoeden inhoudt dat vreemdelingen uit Marokko geen bescherming behoeven. Eiser slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen. De economische situatie in Marokko wordt niet erkend als grond voor asiel, waardoor de extreme armoede niet relevant is voor de beoordeling.
Daarnaast betwistte eiser het inreisverbod en terugkeerbesluit, maar onderbouwde deze stelling niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.