Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Poolse nationaliteit houdende vreemdeling, is op 13 februari 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend.
De rechtbank heeft het beroep getoetst aan de hand van de toepasselijke bepalingen uit de Vreemdelingenwet 2000, met name artikel 59 en Pro artikel 96. De rechtbank constateerde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 6 maart 2024 rechtmatig was en beoordeelde vervolgens of het voortduren van de maatregel sinds die datum gerechtvaardigd bleef.
Hoewel de rechtbank erkende dat de wettelijke termijn voor het sluiten van het vooronderzoek op 18 maart 2024 was overschreden, was deze overschrijding toe te rekenen aan de rechtbank zelf en was er sprake van een voortvarende beslissing binnen de redelijke termijn van 21 dagen. De rechtbank concludeerde dat eiseres hierdoor niet in haar belangen was geschaad.
Eiseres had als enige grond aangevoerd dat verweerder niet voortvarend zou handelen, maar deze stelling werd onvoldoende onderbouwd. Het voortgangsrapport toonde aan dat verweerder passende initiatieven had genomen om het gedwongen vertrek van eiseres te bewerkstelligen. De rechtbank zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.