Eiser heeft op 26 november 2023 in Nederland asiel aangevraagd, maar de staatssecretaris heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Duitsland heeft het terugnameverzoek op 14 december 2023 geaccepteerd, waarbij de Duitse autoriteiten garanderen dat zij het asielverzoek zullen behandelen.
Eiser voerde aan dat er geen claimakkoord tot stand is gekomen vanwege verschillen in de claimgrond en dat hij zijn asielverzoek in Duitsland niet heeft ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat het enkele feit dat Duitsland het verzoek op een andere grond heeft aanvaard niet betekent dat er geen akkoord is. Tevens is het standpunt van de staatssecretaris dat hij mag vertrouwen op de Duitse informatie juist, omdat eiser geen concrete aanwijzingen heeft geleverd die dit vertrouwen ondermijnen.
Verder concludeert de rechtbank dat er geen reëel risico is op indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland. Dit volgt uit het interstatelijk vertrouwensbeginsel en bepalingen in de Dublinverordening en Procedurerichtlijn die waarborgen dat een nieuw asielverzoek niet onterecht wordt afgewezen en dat het non-refoulementbeginsel wordt gerespecteerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de staatssecretaris de asielaanvraag niet hoefde te behandelen en eiser aan Duitsland mag worden overgedragen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.