ECLI:NL:RBDHA:2024:4407

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
28 maart 2024
Zaaknummer
24/2052
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van Opiumwet

De burgemeester van Gouda heeft op 27 februari 2024 besloten een woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. Verzoeker, die door deze sluiting naar eigen zeggen dakloos is geraakt, heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen om de woning te heropenen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een ordemaatregel beoordeeld zonder zitting vanwege onverwijlde spoed. Verweerder heeft aangegeven niet bereid te zijn de woning te openen voordat de rechter uitspraak doet. De voorzieningenrechter concludeert dat de door verzoeker aangevoerde omstandigheden, waaronder het ontbreken van een vaste verblijfplaats en financiële problemen, onvoldoende zijn om een noodsituatie aan te nemen die onmiddellijke heropening rechtvaardigt.

Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De rechtbank zal partijen nader informeren over de verdere behandeling van het bezwaar tegen het besluit. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot heropening van de woning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2052

beslissing van de voorzieningenrechter van 19 maart 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. T. Altindag),
en

de burgemeester van Gouda, verweerder.

Inleiding

1. Bij besluit van 27 februari 2024 heeft verweerder de woning aan [adres] te [plaats] (de woning) voor de duur van zes maanden gesloten.
2. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen en bij wijze van ordemaatregel de woning te openen.
3. Op het verzoek om een ordemaatregel doet de voorzieningenrechter nu uitspraak. Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven.
4. Verweerder heeft telefonisch meegedeeld niet bereid te zijn de woning te openen totdat de voorzieningenrechter uitspraak zal hebben gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

5. Verweerder heeft de woning van verzoeker op 11 maart 2024 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten voor de duur van zes maanden. Verzoeker heeft verzocht om een ordemaatregel omdat hij naar eigen zeggen door de sluiting dakloos is geraakt.
6. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor het treffen van een ordemaatregel. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij geen vaste tijdelijke verblijfplaats heeft en momenteel her en der verblijft. Hieruit leidt de voorzieningenrechter niet af dat verzoeker zich op dit moment in zo’n noodsituatie bevindt dat verweerder moet worden opgedragen de woning direct te openen. Ook de niet onderbouwde stelling dat verzoeker voor de komende periode geen vervangende verblijfplaats heeft gevonden omdat dit onmogelijk is gebleken mede gelet op zijn financiële situatie, is daartoe onvoldoende.
7. Over de verdere behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening zal de rechtbank partijen zo snel mogelijk nader informeren.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.
Deze beslissing is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op:

Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep of verzet open.