ECLI:NL:RBDHA:2024:4408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen Woo-verzoek wegens misbruik van recht
Eiser verzocht op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van alle correspondentie en data van het ministerie van Justitie en Veiligheid met betrekking tot zijn persoon sinds 2015. Verweerder nam het verzoek niet in behandeling wegens misbruik van recht, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin een vrijwel identiek Wob-verzoek van eiser eveneens buiten behandeling werd gesteld.
De rechtbank constateert dat het Woo-verzoek inhoudelijk gelijk is aan het eerdere Wob-verzoek en dat eiser het verzoek niet met een ander doel heeft ingediend dan eerder. Verweerder mocht daarom het verzoek weigeren op grond van artikel 4.6 van de Woo. Het beroep van eiser, die stelde dat het verzoek in het algemeen belang was en dat verweerder onterecht misbruik van recht had aangenomen, wordt verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de verwijzing naar het eerdere oordeel van de Afdeling terecht was en dat eiser voldoende is geïnformeerd over de redenen van de weigering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor verweerder het Woo-verzoek niet hoefde te behandelen en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van het Woo-verzoek wordt ongegrond verklaard.