ECLI:NL:RBDHA:2024:4413
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom voor onvergunde onzelfstandige bewoning bevestigd
De zaak betreft een beroep van de eigenaar van een woning aan een adres in Den Haag tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders wegens onvergunde onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen.
De Haagse Pandbrigade constateerde bij inspectie dat er meer personen in de woning verbleven dan toegestaan, hetgeen in strijd is met de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Den Haag 2019. De eigenaar voerde aan dat hij niet wist van de overtreding en dat hij voldoende toezicht hield via contractuele bepalingen en inspecties.
De rechtbank oordeelt echter dat de eigenaar onvoldoende zorg heeft betracht om de overtreding te voorkomen. Het enkele opnemen van bepalingen in de huurovereenkomst en een niet concreet onderbouwde inspectie volstaan niet als feitelijk toezicht. De last onder dwangsom is niet onevenredig en de belangenafweging door verweerder is juist.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot intrekking van de last onder dwangsom leiden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de last onder dwangsom gehandhaafd blijft en de eigenaar geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van de eigenaar tegen de last onder dwangsom wegens onvergunde onzelfstandige bewoning wordt ongegrond verklaard en de last blijft gehandhaafd.