ECLI:NL:RBDHA:2024:4415
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering bewonersparkeervergunning wegens eigen parkeerplaats
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een bewonersparkeervergunning, die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen omdat verzoeker beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein (POET). Verzoeker stelt echter dat hij geen gebruik kan maken van deze parkeerplaats omdat zijn voertuig te hoog is voor de parkeergarage. Hierdoor maakt hij hoge parkeerkosten op straat, wat volgens hem een spoedeisend belang oplevert.
De voorzieningenrechter overweegt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is voor situaties waarin onverwijlde spoed vereist is en de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht vanwege onomkeerbare gevolgen. Het feit dat verzoeker op straat moet parkeren is onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat de parkeerkosten tot een financiële noodsituatie leiden of dat hij deze niet kan betalen totdat op bezwaar is beslist.
Daarnaast is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit, zodat ook op die grond geen voorlopige voorziening wordt getroffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Verzoeker kan bij een eventueel gelijk in bezwaar of beroep een verzoek om schadevergoeding indienen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen weigering bewonersparkeervergunning wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.