ECLI:NL:RBDHA:2024:4416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom voor onvergunde onzelfstandige bewoning en overbewoning
De eigenaar van een woning in Den Haag maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom die was opgelegd vanwege onvergunde onzelfstandige bewoning en overbewoning. De last werd opgelegd nadat inspecteurs constateerden dat er vermoedelijk negen personen in de woning verbleven, terwijl slechts vijf personen waren aangetroffen.
De eigenaar voerde aan dat hij niet wist van het aantal bewoners en voldoende toezicht had gehouden via contractuele bepalingen en periodieke bezoeken. De rechtbank oordeelde echter dat het enkel opnemen van bepalingen in de huurovereenkomst onvoldoende is en dat de eigenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk toezicht hield.
Verder stelde de eigenaar dat de last onder dwangsom onterecht was opgelegd omdat de overtreding was beëindigd en verweerder de last eerder had ingetrokken bij een andere woning. De rechtbank vond de vaste gedragslijn van verweerder om de last niet direct in te trekken na beëindiging van de overtreding niet onredelijk en verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat de last onder dwangsom proportioneel is gezien de ernst van de overtredingen en dat het beroep ongegrond is. De eigenaar krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens onvergunde onzelfstandige bewoning en overbewoning wordt ongegrond verklaard en de last blijft gehandhaafd.