Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De staandehouding
De gronden van de maatregel van bewaring
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 24 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om schadevergoeding. De maatregel werd op 31 januari 2024 opgeheven vanwege een voorgenomen overdracht naar Duitsland.
De rechtbank toetste of de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was. Eiser betoogde dat de vreemdelingenpolitie onrechtmatig zijn kamer was binnengetreden, ondanks zijn toestemming, en dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was voor de staandehouding. Deze gronden werden verworpen omdat toestemming was gegeven en artikel 50a Vw geen redelijk vermoeden vereist.
Verder stelde eiser dat hij verstoken was gebleven van rechtsbijstand tijdens het gehoor, maar ook dit werd afgewezen omdat hij toestemming had gegeven voor het gehoor zonder advocaat. De rechtbank vond dat de gronden voor de maatregel van bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, met name dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland was binnengekomen en geen medewerking verleende aan overdracht.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat vanwege het risico op onttrekking geen lichter middel passend was en dat de voortvarendheid voldoende was gebleken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.