Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
Procesverloop
Postbus 8064, 3009 AB te Rotterdam. Uit informatie afkomstig van PostNL blijkt dat de uitnodiging op 8 november 2023 is opgehaald bij een PostNL-punt. Eiser is aldus tijdig en op juiste wijze uitgenodigd voor de zitting. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.L.M. Eijgermans.
Overwegingen
In geschil is de waarde van de woning op waardepeildatum. Eiser bepleit een waarde van € 833.000. Daartoe voert hij – samengevat – aan dat er geen, althans onvoldoende, rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiepanden en de woning, en met het afnemende grensnut en de matige staat van de woning. Daarnaast stelt eiser dat verweerder het motiveringsbeginsel heeft geschonden en dat verweerder in de bezwaarfase ten onrechte geen taxatiematrix en grondstaffel heeft verstrekt.
- de grondstaffel;
- de KOUDV-factoren en de bijbehorende cijfermatige correcties;
- de waarde van de deelobjecten; en
- minstens zes referentiewoningen.
7 december 2023 zijn in totaal tien zaken van dezelfde gemachtigde behandeld waarin telkens identieke en algemene formele punten zijn aangevoerd, maar nauwelijks tot geen inhoudelijke klachten die betrekking hebben op de woning. De gemachtigde heeft ook om grondstaffels gevraagd in zaken waar dat niet aan de orde is. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de gemachtigde van eiser toch wel in beroep zou zijn gegaan, hetgeen betekent dat het al dan niet verstrekken van de grondstaffel in de bezwaarfase geen verschil heeft gemaakt voor de beslissing om door te procederen. Gelet hierop bestaat geen aanleiding de met het beroep gemoeide kosten te vergoeden.
aan hemstukken te zenden, maar dit artikel heeft geen betrekking op de vraag voor welke stukken een toezendplicht geldt.