Eiseres, een onderneming behorend tot de AS Adventure Group, had een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de NOW-1. Verweerder, het UWV, stelde de definitieve tegemoetkoming op nihil vast en vorderde het teveel betaalde voorschot van ruim twee miljoen euro terug. Dit besluit werd op bezwaar gehandhaafd met als motivering dat eiseres deel uitmaakt van de PAI Partners groep op grond van een moeder-dochterrelatie volgens artikel 2:24a BW, en dat de omzetdaling daarom op groepsniveau moest worden vastgesteld.
Eiseres betoogde dat de omzetdaling ten onrechte op groepsniveau werd vastgesteld en dat alleen de omzetdaling van de Nederlandse ondernemingen met SV-loon binnen de AS Adventure Groep relevant was. Tijdens de zitting gaf verweerder aan dat de motivering van het bestreden besluit gewijzigd moest worden en dat het ontbreken van een goedkeurende accountantsverklaring de werkelijke grondslag was, maar dat deze motivering niet in het besluit was opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe motivering niet uit het bestreden besluit blijkt en onvoldoende is onderbouwd. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering, zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.