ECLI:NL:RBDHA:2024:4510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen nihil vaststelling definitieve NOW-3 tegemoetkoming wegens niet indienen aanvraag
Eiser diende op 17 november 2020 een aanvraag in voor een voorschot op de NOW-3-regeling vanwege verwacht omzetverlies. Verweerder keerde een voorschot van €17.847,- uit. Eiser werd meerdere malen schriftelijk herinnerd om binnen een bepaalde termijn een aanvraag voor de definitieve berekening in te dienen, maar deed dit niet.
Verweerder stelde daarom bij besluit van 11 mei 2023 de definitieve tegemoetkoming op nihil vast en vorderde het voorschot terug. Eiser voerde aan dat hij de brieven niet had ontvangen vanwege overdracht van het pand en onmin met zijn voormalige zakenpartner, en verzocht om coulance.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraagtermijn strikt moet worden gehanteerd vanwege het algemeen belang bij doelmatige uitvoering van de regeling. De omstandigheden van eiser wegen niet op tegen dit belang, en er is geen sprake van overmacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot nihil vaststelling van de definitieve NOW-3 tegemoetkoming gehandhaafd.