ECLI:NL:RBDHA:2024:4515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen berekening IVA-uitkering op grond van Dagloonbesluit
Eiseres, werkzaam als juridisch medewerker, betwist de hoogte van haar IVA-uitkering die is berekend op basis van het Dagloonbesluit, omdat deze niet aansluit bij haar hogere loon in 2021 maar op het lagere SV-loon uit 2019, toen zij nog student was.
Zij voert aan dat deze berekening leidt tot een onevenredig lage uitkering, waardoor zij financieel afhankelijk is van haar partner en medische behandelingen niet kan volgen. Verweerder stelt dat het Dagloonbesluit geen hardheidsclausule kent en dat de referteperiode strikt geldt van 1 januari tot 31 december 2019.
De rechtbank overweegt dat het Dagloonbesluit een politiek-bestuurlijke afweging betreft en dat rechterlijke toetsing terughoudend is. Hoewel de persoonlijke situatie van eiseres schrijnend is, is er onvoldoende onderbouwing dat haar situatie zo onevenredig is dat het besluit buiten werking moet blijven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de IVA-uitkering wordt ongegrond verklaard.