De rechtbank Den Haag behandelde op 14 maart 2024 een verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige vertoont ernstig zelfbepalend gedrag, weigert gezag te accepteren, loopt regelmatig weg en maakt zich schuldig aan strafbare feiten. Zijn gedrag brengt zowel hemzelf als zijn omgeving in gevaar, mede door zijn autisme en gebrek aan motivatie voor behandeling.
De kinderrechter nam het verzoek in behandeling op basis van diverse stukken, waaronder een hulpverleningsplan en een instemmende verklaring van een gedragswetenschapper. Tijdens de zitting waren de moeder en de advocaat van de minderjarige aanwezig; de vader en de minderjarige zelf verschenen niet. De ouders steunen het verzoek vanwege de grote zorgen over de veiligheid en het welzijn van hun kind.
De rechtbank oordeelde dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de noodzakelijke jeugdhulp. Het hulpverleningsplan voldoet aan de wettelijke eisen, ondanks de bezwaren van de advocaat. De voorwaardelijke machtiging wordt verleend voor drie maanden, met de nadruk op zorgvuldige toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen en het belang van proportionaliteit en subsidiariteit.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter N.I.S. Boers, met griffier I.M. Kroon aanwezig, en schriftelijk vastgesteld op 25 maart 2024.