De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die ernstig bedreigd wordt in haar ontwikkeling. De minderjarige verblijft in een gesloten accommodatie en heeft een belaste voorgeschiedenis met onder meer huiselijk geweld, verslaving en suïcidale gedachten. Ondanks intensieve hulpverlening blijft de situatie zorgelijk, waardoor voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is.
De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling voor één jaar en machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden. De minderjarige wil graag sneller naar een open groep, maar de kinderrechter acht dit momenteel te vroeg vanwege het risico op terugval en het ontbreken van voldoende copingmechanismen. De moeder is onvoldoende in staat om de minderjarige te beschermen en te ondersteunen.
De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat de wettelijke criteria voor verlenging en machtiging zijn vervuld. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 16 maart 2025 en de machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verleend van 16 maart tot 16 juni 2024. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.