Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 28 juni 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 augustus 2021. Tijdens de procedure nam de staatssecretaris alsnog een besluit op 23 januari 2024, waarbij de aanvraag werd ingewilligd. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de verweerder opleggen. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op de forfaitaire regeling voor beroepskosten met een lichte wegingsfactor, omdat het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier J. de Winter, zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.