Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, diende op 30 juli 2022 een asielaanvraag in in Nederland. Hij stelde dat hij in Pakistan vervolgd zou worden vanwege een conflict met zijn invloedrijke neef, een politicus, die een valse aangifte tegen hem had gedaan. De rechtbank oordeelde dat de problemen met de neef en de daarop gebaseerde aangifte niet geloofwaardig waren, mede omdat eiser onvoldoende concrete en onderbouwde verklaringen gaf over de politieke positie van zijn neef en de aard van het conflict.
Verweerder wees de asielaanvraag af en legde een terugkeerbesluit met een inreisverbod op. Eiser voerde aan dat hij vanwege covid niet eerder naar Nederland kon reizen en dat hij in aanmerking zou komen voor een reguliere verblijfsvergunning vanwege zijn situatie. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat er geen sprake was van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank concludeerde dat eiser zijn beweringen niet met documenten kon staven en dat de overgelegde documenten niet betrouwbaar konden worden beoordeeld. Ook werd vastgesteld dat geen gronden voor een reguliere verblijfsvergunning of een schending van artikel 8 EVRM Pro aanwezig waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.