Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Teylingen, verweerder
Inleiding
.
Rechtbank Den Haag
Eiser vorderde het kappen van een esdoorn op een locatie in Warmond vanwege ervaren overlast. Verweerder had aanvankelijk een omgevingsvergunning verleend, maar deze later ingetrokken en de vergunning geweigerd na toetsing aan de APV Teylingen en advies van de commissie bezwaren en klachten.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat verweerder de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. Uit meerdere onderzoeken, waaronder het waarde-overlastformulier uit 2018 en een hernieuwd onderzoek in 2023 waarbij eiser betrokken was, bleek dat de waarde van de esdoorn hoger is dan de overlast. De boom is onderdeel van een houtopstand met hoge cultuurhistorische en ecologische waarde.
Eiser stelde dat de overlast onvoldoende is onderzocht en dat toezeggingen van de wethouder het vertrouwen schonden, maar de rechtbank vond geen bewijs voor toezeggingen die redelijkerwijs tot het kappen van de boom konden leiden. Ook was geen sprake van strijd met de beleidskoers van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid de vergunning kon weigeren en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor het kappen van de esdoorn wordt ongegrond verklaard.