ECLI:NL:RBDHA:2024:457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd beoordeeld. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de staatssecretaris in stand blijft.
Eiser voerde aan dat de beschikking onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd aangenomen. Hij stelde dat er systeemfouten in Duitsland zijn die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling, en dat de staatssecretaris onvoldoende oog heeft gehad voor zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een gewelddadige relatie en het gevaar bij terugkeer naar Duitsland.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat kan worden vertrouwd, tenzij eiser aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Duitsland structurele tekortkomingen vertoont die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest opleveren. Eiser heeft onvoldoende concrete informatie aangeleverd om dit aannemelijk te maken. Ook het verzoek om toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening wordt afgewezen omdat de staatssecretaris dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier D.G. van den Berg en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.