Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, werd op 22 maart 2024 staande gehouden op vreemdelingenrechtelijke titel. Na aantreffen van drugs werd zij aangehouden op grond van de Opiumwet, waardoor een strafrechtelijk traject startte dat duurde tot 24 maart 2024. Direct daarna werd zij opnieuw op vreemdelingenrechtelijke titel opgehouden en in bewaring gesteld.
De rechtbank oordeelt dat het vreemdelingenrechtelijke traject onderbroken werd door het strafrechtelijke traject, waardoor toetsing van het vreemdelingenrechtelijke voortraject niet mogelijk is in deze procedure. Eiseres voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was, maar deze grond faalt.
Verweerder stelde dat bewaring noodzakelijk is vanwege risico op onttrekking aan toezicht en belemmering van uitzetting. Eiseres betwistte de gronden niet, maar vond een lichter middel passend omdat zij zou meewerken aan uitzetting en voldoende middelen heeft. De rechtbank oordeelt dat het opleggen van een lichter middel niet voldoende garantie biedt dat eiseres zal terugkeren, mede gezien eerdere niet-naleving van een terugkeerbesluit en meldplicht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.