ECLI:NL:RBDHA:2024:4577
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie bij minderjarige asielzoekster
Eiseres, een minderjarige met de Libische nationaliteit, heeft asiel aangevraagd maar haar aanvraag is afgewezen. Zij verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege een groeihormoondeficiëntie en psychische klachten. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht meerdere adviezen uit waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie binnen 3 tot 6 maanden te verwachten is bij uitzetting.
Eiseres stelde dat terugkeer naar Libië haar medische situatie zou verslechteren en verwees naar psychische problemen en medische documenten, waaronder verwijzingen naar gespecialiseerde zorg. De staatssecretaris betoogde dat de psychische klachten niet meer werden vermeld in recente medische stukken en dat er geen behandeling plaatsvindt. De rechtbank oordeelde dat het beoordelingskader beperkt is tot het risico op een medische noodsituatie binnen 3 tot 6 maanden na uitzetting.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zorgvuldig met het BMA-advies was omgegaan en dat eiseres geen overtuigend bewijs had geleverd dat het advies onjuist of onvolledig was. Ook werd erkend dat er nog geen behandeling voor psychische klachten was gestart. Daarom was er geen aanleiding voor uitstel van vertrek. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep op uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.