ECLI:NL:RBDHA:2024:4580
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning naar humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken paspoort
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon met een verblijfsvergunning op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel, verzocht om wijziging van zijn verblijfsvergunning naar het verblijfsdoel humanitair niet-tijdelijk. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser geen paspoort kon overleggen. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit.
Eiser stelde dat hij als minderjarige illegaal naar Nederland is gekomen en afhankelijk was van een volwassene voor het verkrijgen van documenten. Hij voerde aan dat hij vanwege deze bijzondere omstandigheden vrijstelling van het paspoortvereiste zou moeten krijgen. Daarnaast stelde hij dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat hij samenwoont met zijn vriendin en eigenaar is van een restaurant.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen vrijstelling heeft verleend, mede omdat eiser op de zitting aangaf bezig te zijn met het verkrijgen van een identiteitskaart om vervolgens een paspoort aan te vragen. De rechtbank vond dat verweerder het besluit niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro heeft genomen, omdat de banden van eiser met Pakistan sterker zijn dan met Nederland en de relatie met zijn vriendin en het eigendom van een restaurant onvoldoende zijn onderbouwd.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser, omdat het verzoek hiertoe niet concreet was en er geen twijfel bestond over het feitencomplex. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel wegens ontbreken paspoort.