ECLI:NL:RBDHA:2024:4584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico terugkeer Pakistan
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, heeft op 13 juli 2023 een asielaanvraag ingediend na een verblijf en werkperiode in de Filipijnen en een masteropleiding in Nederland. Hij stelt slachtoffer te zijn van een job scam en vreest omkoping van een politiecommissaris in Pakistan die hem gevangen zal zetten bij terugkeer.
De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond en uitstel van vertrek verleend tot 18 juli 2024. De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2024 behandeld waarbij eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van verweerder aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het conflict met de betrokkene geloofwaardig is, eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De omkoping en dreiging zijn onvoldoende geconcretiseerd en er zijn geen aanwijzingen dat Pakistaanse autoriteiten hem zoeken. Ook de termijn van indiening van de aanvraag is niet onredelijk.
Daarom is de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.