ECLI:NL:RBDHA:2024:4587

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
NL24.5368
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Bulgarije toegewezen

Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld omdat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen met de reden dat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.

Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die overdracht aan Bulgarije voorkomt totdat het beroep is beslist. Verweerder verzette zich niet tegen deze voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Bulgarije zolang het beroep loopt en veroordeelde verweerder in de proceskosten van € 875,00. De uitspraak is op 2 april 2024 gedaan en telefonisch aan partijen medegedeeld.

Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan Bulgarije totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5368

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. Y. Verheugd).

Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft aangegeven zich niet tegen toewijzing van het verzoek te verzetten voor zover daarbij wordt bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet tot op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Partijen zijn op 23 februari 2024 uitgenodigd voor een zitting op 4 april 2024. Op 29 maart 2024 heeft verzoeker aangegeven dat hij mondeling van de Dienst Terugkeer en Vertrek te horen heeft gekregen dat hij direct na de zitting overgedragen zou worden aan de Bulgaarse autoriteiten en de voorzieningenrechter verzocht om een ordemaatregel te treffen waarin bepaald wordt dat er geen overdrachtshandelingen plaatsvinden tot na de uitspraak op het beroep. De gemachtigde heeft aangegeven dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden de zitting van 4 april 2024 niet kan bijwonen en de rechtbank verzocht de behandeling van het beroep aan te houden. Op 2 april 2024 is verweerder gevraagd om een reactie. Verweerder heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening voor zover daarbij wordt bepaald dat verzoeker niet wordt overgedragen tot op het beroep is beslist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter het verzoek als kennelijk gegrond toewijzen. [1] Verzoeker mag niet worden uitgezet, totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep. Indien het beroep wordt ingetrokken of anderszins beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Bulgarije totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De beslissing is op 2 april 2024 telefonisch medegedeeld aan partijen. De uitspraak is verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.