ECLI:NL:RBDHA:2024:4611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bedreigingen na zuuraanval in Nigeria
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om asiel naar aanleiding van een zuuraanval in 1994 waarbij hij betrokken was. Hoewel hij officieel vrijgesproken is, stelt hij sindsdien bedreigd te zijn door de familie van het slachtoffer, vrienden van een medeverdachte en leden van de Black Axe. De staatssecretaris achtte de bedreigingen echter ongeloofwaardig en wees de aanvraag af.
De rechtbank bevestigt dat de identiteit en het incident geloofwaardig zijn, maar oordeelt dat de verklaringen over bedreigingen onvoldoende onderbouwd zijn. De familie van het slachtoffer zou geen belang hebben bij wraak, mede omdat de vader van eiser de familie financieel heeft gecompenseerd. Ook de bedreigingen door vrienden van de medeverdachte en de Black Axe berusten volgens de rechtbank op vermoedens en ontbreken concrete bewijzen.
Eiser kon niet aantonen dat littekens het gevolg waren van een aanval door de Black Axe, noch dat zijn broer daadwerkelijk door hen is gedood. De rechtbank vindt dat de staatssecretaris niet verplicht was contact op te nemen met de advocaat in Nigeria en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij dat zelf niet deed.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van bedreigingen.