ECLI:NL:RBDHA:2024:4621
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag is op 14 juni 2023 ontvangen door verweerder, die op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen. Verweerder heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk op 14 december 2023 een besluit had moeten worden genomen.
De termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiseres verweerder op 28 december 2023 rechtsgeldig in gebreke stelde. Het beroep is op 25 januari 2024 tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar nog niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Gelet op de omstandigheden en jurisprudentie wordt een termijn van twintig weken opgelegd waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.