ECLI:NL:RBDHA:2024:4652
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening in asielzaken wegens Dublin-verantwoordelijkheid Tsjechië
Verzoekers hadden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Tsjechië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en tegelijkertijd werd een voorlopige voorziening gevraagd om de niet-inhoudelijke afwijzing te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde deze verzoeken op 9 februari 2024 samen met de hoofdzaken.
Op 3 april 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de hoofdberoepen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op de hoofdberoepen.