ECLI:NL:RBDHA:2024:4652

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
3 april 2024
Zaaknummer
NL23.40599 en NL23.40601
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • S. Ketelaars - Mast
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening in asielzaken wegens Dublin-verantwoordelijkheid Tsjechië

Verzoekers hadden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Tsjechië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.

Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en tegelijkertijd werd een voorlopige voorziening gevraagd om de niet-inhoudelijke afwijzing te schorsen. De voorzieningenrechter behandelde deze verzoeken op 9 februari 2024 samen met de hoofdzaken.

Op 3 april 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de hoofdberoepen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op de hoofdberoepen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.40599 en NL23.40601

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[namen verzoekers] , verzoekers,

V-nummers: [V-nummers verzoekers]
(gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Procesverloop

1. Bij besluiten van 27 december 2023 (de bestreden besluiten) heeft de staatssecretaris de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL23.40598 en NL23.40600, op 9 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.40598 en NL23.40600, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars - Mast, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.