ECLI:NL:RBDHA:2024:4654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen voor reservist
Eiser, een reservist die sinds 1988 bij het Korps Nationale Reserve was aangesteld en tot zijn leeftijdsontslag in 2022 in werkelijke dienst was opgeroepen, verzocht om een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen (UGM). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldoet aan het vereiste dat de uitkering alleen geldt voor beroepsmilitairen of reservisten die krachtens een vrijwillige verbintenis verplicht zijn tot doorlopende werkelijke dienst.
De rechtbank overwoog dat de UGM sinds 2020 is aangepast en dat reservisten die niet verplicht zijn tot doorlopende werkelijke dienst, zoals eiser, geen aanspraak maken op de uitkering. De verplichting tot doorlopende werkelijke dienst geldt in principe alleen voor beroepsmilitairen. Eiser was nooit verplicht om continu in dienst te zijn, maar verrichtte vrijwillige diensten als reservist.
De rechtbank vond de uitleg van verweerder over de term 'ontslag' in de UGM en de wetsgeschiedenis overtuigend. De wetgever heeft bewust een strikte afbakening gemaakt om de verstrekkende UGM-uitkering te beperken tot beroepsmilitairen en bepaalde reservisten. Eiser kwalificeert niet als zodanig en heeft daarom geen recht op de uitkering.
Het beroep is ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn UGM-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat hij niet voldoet aan de wettelijke vereisten.