ECLI:NL:RBDHA:2024:4706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 16 november 2022 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn vrouw en minderjarige kind. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen en had deze termijn verlengd met drie maanden, waardoor uiterlijk 14 mei 2023 een besluit had moeten worden genomen.
Eiser stelde verweerder op 24 mei 2023 rechtsgeldig in gebreke, waarna twee weken verstreken voordat het beroep werd ingesteld. De rechtbank constateert dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en tot vergoeding van proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €184. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie voor de motivering van de termijn en de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van dwangsommen.