ECLI:NL:RBDHA:2024:4753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek vreemdeling
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Spanje voor de aanvraag en het feit dat de vreemdeling op of omstreeks 3 januari 2024 met onbekende bestemming is vertrokken.
De gemachtigde van de vreemdeling heeft verklaard sinds december 2023 geen contact meer te hebben met de vreemdeling, en heeft de rechtbank niet geïnformeerd over hernieuwd contact of nieuwe verblijfplaats. De rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat in dergelijke gevallen wordt aangenomen dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daardoor geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de vreemdeling geen concreet procesbelang heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Boxum en openbaar gemaakt op 4 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact onderhoudt.