ECLI:NL:RBDHA:2024:4759
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige Somalische identiteit en herkomst
Eiser, die stelt Somalische nationaliteit te bezitten en sinds zijn derde in Gambia heeft gewoond, vroeg asiel aan in Nederland na eerdere aanvragen in Italië. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de Somalische identiteit, mede vanwege het ontbreken van documenten, gebruik van aliassen, beperkte kennis over Somalië en taalgebruik dat niet overeenkomt met Somalië.
Eiser voerde in beroep aan dat hij geen documenten kon overleggen omdat hij op jonge leeftijd vertrok, dat hij de achternaam van zijn biologische vader gebruikt en dat hij tot de bevolkingsgroep Fula behoort. Ook stelde hij dat hij risico loopt op indirect refoulement bij terugkeer naar Gambia, omdat hij mogelijk naar Somalië wordt uitgezet en vervolgd vanwege zijn bekering tot Jehova’s getuigen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de identiteit en herkomst ongeloofwaardig heeft geacht. De tegenstrijdigheden in verklaringen, het ontbreken van documenten en de taalvaardigheid ondersteunen dit oordeel. De vrees voor terugkeer naar Gambia en indirect refoulement wordt niet gevolgd omdat de identiteit niet aannemelijk is gemaakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven van kracht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven van kracht.