ECLI:NL:RBDHA:2024:4784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake machtiging voorlopig verblijf familieleven
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van familieleven, welke op 16 januari 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris bij besluit van 8 januari 2024 het bezwaar van verzoekster ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 26 maart 2024, samen met een andere zaak (NL24.3393). Op diezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.