ECLI:NL:RBDHA:2024:4816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken toereikende machtiging bij betalingsverplichting RDW
Eiser stelde beroep in tegen een betalingsverplichting opgelegd door de RDW voor de inschrijving en identificatie van een personenauto uit het buitenland, met een tarief van €39 voor inschrijving en €56 voor identificatie. Het bezwaar van eiser werd door verweerder ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op 29 november 2023 via videoverbinding, waarbij eiser niet aanwezig was maar diens gemachtigde, Verhoeven, wel. De rechtbank stelde vast dat Verhoeven geen toereikende en actuele machtiging had overgelegd, ondanks meerdere verzoeken en uitstelmogelijkheden om dit te herstellen. De overgelegde machtiging dateerde uit 2017 en voldeed niet aan de eisen van artikel 8:24 Awb Pro.
Verhoeven gaf aan dat hij werkt met standaardmachtigingen via een intermediair, maar heeft geen nieuwe machtiging overgelegd na herhaalde verzoeken. De rechtbank oordeelde dat Verhoeven onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt bevoegdelijk te zijn om het beroep namens eiser in te stellen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelde zij het beroep niet inhoudelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 7 februari 2024 door rechter Van der Poort-Schoenmakers.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.