ECLI:NL:RBDHA:2024:4822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding in asielprocedure wegens prematuur beroep
De eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 21 augustus 2022. De beslistermijn daarvoor was oorspronkelijk zes maanden, maar werd verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2022/22, waardoor de nieuwe beslistermijn eindigde op 21 november 2023.
Eiser diende op 16 november 2023 een ingebrekestelling in, maar deze was prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor zou een beroep op dat moment niet-ontvankelijk zijn geweest.
De rechtbank concludeert dat er geen ontvankelijk beroep is en dat er geen aanleiding bestaat voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier I. Abdilahi en is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens prematuur ingediend beroep en niet-ontvankelijkheid.