ECLI:NL:RBDHA:2024:4871
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak diefstal met geweld en valse politielegitimatie
Op 12 april 2019 vond een diefstal plaats waarbij een tas met een onbekend geldbedrag en een mobiele telefoon werden ontvreemd uit een woning te 's-Gravenhage. Verdachte werd samen met twee medeverdachten aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij deze diefstal, waarbij zij zich zouden hebben voorgedaan als politieagenten met valse legitimaties en een valse machtiging tot binnentreden.
Tijdens het onderzoek en de terechtzitting heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld, waaronder verklaringen van de benadeelden, fotoconfrontaties, en technische gegevens zoals zendmastregistraties en uitgeluisterde gesprekken. De rechtbank concludeert dat het bewijs onvoldoende is om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De herkenning van verdachte berust op een enkelvoudige fotoconfrontatie, die onvoldoende betrouwbaar is.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden worden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte wordt vrijgesproken. De rechtbank beveelt tevens de teruggave van inbeslaggenomen goederen aan de rechthebbenden. Verder wordt de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere opgelegde straf.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.