Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 2 april 2024 uitspraak gedaan over een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De verzoeker, een Oekraïense derdelander, had beroep ingesteld tegen het besluit van 13 maart 2024 waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de tijdelijke beschermingsstatus van verzoeker per 4 maart 2024 beëindigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat de tijdelijke bescherming reeds was geëindigd, waardoor verzoeker geen aanspraak meer kon maken op de bij die status behorende rechten. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden kon het beroep niet tijdig worden behandeld voordat de status eindigde.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waarmee het bestreden besluit werd geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk omdat geen hoger beroep of verzet openstaat. De zaak betreft toepassing van Europese richtlijnen en uitvoeringsbesluiten inzake tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst totdat op het beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten.