ECLI:NL:RBDHA:2024:4892

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2024
Publicatiedatum
8 april 2024
Zaaknummer
NL23.27229
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens premature ingebrekestelling bij vertraagde beslissing vreemdelingenaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris op haar vreemdelingenaanvraag. De procedure startte op circa 10 november 2021 onder de Dublinverordening, waarbij Italië verantwoordelijk was. Nederland werd verantwoordelijk vanaf 7 september 2022, waarna de beslistermijn van zes maanden begon te lopen.

De staatssecretaris verlengde de beslistermijn met negen maanden, waardoor deze eindigde op 7 december 2023. Eiseres stelde de staatssecretaris op 17 augustus 2023 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn. Hierdoor was de ingebrekestelling niet geldig en het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en behandelde de zaak zonder zitting, omdat partijen geen zitting hadden verzocht. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en openbaar gemaakt op 8 april 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.27229

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de staatssecretaris volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag.
1.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Overwegingen

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Vooraf
3. Eiseres bepleit dat de aanvraag is ingediend op of rond 10 november 2021. De rechtbank stelt vast dat dit de aanvang was van de procedure in het kader van de Dublinverordening. In het geval van eiseres was Italië verantwoordelijk. Eiseres is op 7 september 2022 opgenomen in de nationale procedure. Nederland is naar het oordeel van de rechtbank vanaf dat moment verantwoordelijk voor de aanvraag van eiseres. Op dat moment is de beslistermijn voor dit beroep gaan lopen.
Beroep niet tijdig
4. De staatssecretaris moet binnen zes maanden beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze termijn kan verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De staatssecretaris heeft bij WBV 2022/22 de beslistermijn met negen maanden verlengd, zodat de termijn eindigde op 7 december 2023. Eiseres heeft de staatssecretaris op 17 augustus 2023, in gebreke gesteld. Dat is dan te vroeg. De beslistermijn was op het moment van het in gebreke stellen nog niet verstreken. De ingebrekestelling is niet geldig.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.