Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam eiser]
tezamen: verzoekers
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, van Syrische nationaliteit, hadden een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit omdat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 8 januari 2024, samen met gerelateerde zaken. Op dezelfde dag werd in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling en is onherroepelijk, er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.