Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een asielzoeker met de Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem niet in aanmerking te laten komen voor opvang en zorg op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verzoeker stelt dat hij medische behandeling ondergaat en daarom recht heeft op opvang en zorg gedurende de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar tegen het bestreden besluit geen redelijke kans van slagen heeft. Dit oordeel is gebaseerd op het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelt dat het staken van de behandeling niet zal leiden tot een medische noodsituatie en dat verzoeker in staat is om te reizen zonder medische voorzieningen.
Verzoeker heeft niet concreet gemaakt welke aanvullende medische informatie nog moet worden ingewonnen en heeft het bestreden besluit niet inhoudelijk betwist. Gezien de spoedeisendheid en het feit dat het COA de opvang per 4 april 2024 beëindigt, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvang en medische zorg wordt afgewezen.