Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1956, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om haar broer in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit visum geweigerd vanwege redelijke twijfel over het voornemen van eiseres om tijdig terug te keren naar Syrië. De sociale en economische binding van eiseres met Syrië werd als gering beoordeeld.
Eiseres maakte bezwaar tegen de afwijzing en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het belang vervallen was door het alsnog genomen besluit. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is inhoudelijk behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht twijfelde aan de terugkeerintentie van eiseres, mede vanwege onjuiste informatie over haar gezinssituatie en het ontbreken van sterke economische binding. De stellingen van eiseres en haar familie konden deze twijfel niet wegnemen. Ook werd geen dwangsom toegekend omdat de aanvraag kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, waardoor de afwijzing van het visum in stand blijft.