ECLI:NL:RBDHA:2024:4997
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Het bestreden besluit dateert van 15 februari 2024 en is gebaseerd op de verantwoordelijkheid van Bulgarije voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 18 maart 2024 behandeld. Verzoeker was aanwezig en bijgestaan door een gemachtigde, evenals de verweerder. Na beoordeling is geconcludeerd dat de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.5857).
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 april 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.