ECLI:NL:RBDHA:2024:5052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bewaring op grond van Dublinverordening en afwijzing schadevergoeding
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 6 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet overdrachtsrisico volgens de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking aan toezicht.
Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De staatssecretaris handhaafde de kennisgeving van de oplegging van de maatregel totdat de rechtbank uitspraak deed. De rechtbank behandelde het beroep op 9 april 2024 en concludeerde dat de maatregel rechtmatig was opgelegd en voortgezet, mede gelet op het afgewezen claimverzoek bij de Franse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voortvarend heeft gehandeld, dat alle procedurele waarborgen zijn nageleefd, en dat de maatregel niet onevenredig bezwarend is geworden. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, komt eiser niet in aanmerking voor schadevergoeding en worden geen proceskosten toegewezen.
De rechtbank lichtte toe dat in gevallen waarin zowel beroep als kennisgeving zijn ontvangen, slechts één rechtmatigheidsbeoordeling wordt verricht en geen aparte uitspraak over de kennisgeving volgt.
Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.