Uitspraak
Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een asielzoeker zonder identificerende documenten, betwistte de wijziging van haar geregistreerde leeftijd door de staatssecretaris van minderjarig naar meerderjarig op basis van een registratie in Griekenland. Zij vroeg de voorzieningenrechter om haar als minderjarig te behandelen totdat op haar bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster weliswaar een spoedeisend belang had, maar dat haar bezwaar tegen de leeftijdswijziging geen redelijke kans van slagen had. De staatssecretaris had conform beleid onderzoek gedaan naar de leeftijdsregistratie bij de Griekse autoriteiten, die een geboortedatum in 2005 registreerden. Verzoekster slaagde er niet in aannemelijk te maken dat deze registratie onjuist was.
Ook werd het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, waarbij de Nederlandse overheid mag uitgaan van de zorgvuldige registratie in een andere lidstaat tenzij er concrete aanwijzingen zijn van onjuistheid. De voorzieningenrechter concludeerde dat de staatssecretaris passende maatregelen had genomen en dat de belangenafweging geen voorlopige voorziening rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de leeftijdswijziging wordt afgewezen.