ECLI:NL:RBDHA:2024:512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring en schadevergoeding bij terugkeerbesluit en inreisverbod
De rechtbank Den Haag behandelde op 10 januari 2024 het beroep van eiser tegen twee besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: de maatregel van bewaring en het terugkeerbesluit met inreisverbod. De maatregel van bewaring was opgelegd op 25 december 2023 en later opgeheven op 28 december 2023. Het terugkeerbesluit met inreisverbod was uitgevaardigd op 26 december 2023.
De rechtbank stelde vast dat het vereiste terugkeerbesluit niet voorafgaand of gelijktijdig met de maatregel van bewaring was genomen, waardoor de bewaring onrechtmatig was. Om die reden werd het beroep tegen de bewaring gegrond verklaard en werd een schadevergoeding van €400 toegekend voor vier dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden de proceskosten van €1.750 aan eiser toegekend.
Ten aanzien van het terugkeerbesluit en het inreisverbod oordeelde de rechtbank dat deze besluiten rechtmatig waren, omdat eiser sinds de intrekking van zijn asielaanvraag geen rechtmatig verblijf meer had en er voldoende gemotiveerde gronden waren voor het inreisverbod. Het beroep tegen deze besluiten werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier R. de Mul. Tegen het besluit over de bewaring kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld, tegen het terugkeerbesluit binnen vier weken bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding, het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod is ongegrond verklaard.