Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
- [naam 1] , namens de Raad.
- de vader met zijn advocaat;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds februari 2024 onder toezicht staat. De minderjarige volgt al geruime tijd geen onderwijs en er is geen zicht op hem doordat de vader niet meewerkt met hulpverlening. De Raad wil de plaatsing in een gezinsgerichte voorziening om zo zicht en hulp te bieden.
De vader voert verweer en stelt dat hij bereid is samen te werken mits dit op een andere locatie dan thuis plaatsvindt. Hij benadrukt dat hij afhankelijk is van het schooldossier en wil voorkomen dat een onjuist dossier wordt opgemaakt. De moeder verzet zich tegen uithuisplaatsing en wil dat de minderjarige bij de vader blijft wonen. De gecertificeerde instelling heeft nog geen passende plek gevonden en benadrukt de moeizame samenwerking met de vader.
De kinderrechter overweegt dat het primaire verzoek te vroeg komt omdat er nog geen zicht is op een passende plek. Wel is het belangrijk dat de samenwerking tussen vader en gecertificeerde instelling verbetert en dat een passende school wordt gevonden. Daarom wijst de rechter het primaire verzoek af, maar wijst het subsidiaire verzoek toe en houdt de behandeling aan tot een nader te bepalen zitting voor 2 mei 2024. Alle betrokkenen worden opgeroepen voor deze zitting.
Uitkomst: Het primaire verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen, het subsidiaire verzoek tot aanhouding van de behandeling wordt toegewezen.