Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de uitspraak van 25 januari 2024, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de nota voor het griffierecht op 3 november 2023 aangetekend werd verzonden, maar retour kwam op 24 november 2023. De griffier heeft nagelaten de nota opnieuw te verzenden zoals verplicht volgens artikel 8:38, eerste lid, van de Awb. Hierdoor is opposante in haar belangen geschaad.
De rechtbank concludeert dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en dat de zaak onterecht zonder zitting is afgedaan. Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat. Opposante zal een nieuwe nota ontvangen om het griffierecht te voldoen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.