ECLI:NL:RBDHA:2024:5159

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
23/6808
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Eiseres heeft op 15 juni 2023 beroep ingesteld tegen een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 4 mei 2023. De rechtbank Midden-Nederland heeft dit beroep doorgezonden naar de rechtbank Den Haag. De rechtbank Den Haag heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €50,- niet heeft betaald, terwijl dit volgens artikel 8:41 van Pro de Awb verplicht is.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht te voldoen, eerst per gewone post en daarna per aangetekende brief. De aangetekende brief werd niet afgehaald en is vervolgens opnieuw per gewone post verzonden. Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet betaald en heeft eiseres geen geldige reden opgegeven voor het niet voldoen van het griffierecht.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en zal zij het beroep niet inhoudelijk behandelen. Het verzoek om uitstel voor het toezenden van het bestreden besluit en de gronden van het beroep wordt niet in behandeling genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/6808

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 15 juni 2023 tegen een besluit van verweerder van 4 mei 2023 (BTL) beroep ingesteld bij rechtbank Midden-Nederland (UTR 23/3050 ONBEK). De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep doorgezonden naar deze rechtbank (SGR 23/6808 ONBEK).

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht bepaald op € 50,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niet aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 25 november 2023 per gewone post een brief (de nota) gestuurd op het door haar opgegeven adres. Daarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken na de datum van de nota moet betalen aan de rechtbank en dat de rechtbank, als het griffierecht niet (tijdig) betaald is, het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Hierop heeft eiseres niet gereageerd. De rechtbank heeft eiseres vervolgens op 24 december 2023 een aangetekende herinnering gestuurd voor het betalen van het griffierecht, met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze herinnering moet betalen. Dit poststuk is op 17 januari 2024 retour ontvangen met de vermelding “niet afgehaald”. Op 18 januari 2024 heeft de rechtbank deze herinnering per gewone post aan eiseres verstuurd.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal inhoudelijk niet worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dit heeft tot gevolg dat het verzoek van eiseres om uitstel te verlenen voor het toezenden van het bestreden besluit en de gronden van het beroep niet verder aan de orde komt.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.