ECLI:NL:RBDHA:2024:5162
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, verzocht om behandeling van zijn asielaanvraag door Nederland, terwijl verweerder deze niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in het Duitse asielstelsel, waaronder het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand en het risico op indirect refoulement. Hij verwees ter onderbouwing naar het AIDA-rapport 2022 en stelde dat hij geen effectieve klachtenmogelijkheden had.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet. De verwijzing naar het AIDA-rapport bood geen grond om het vertrouwen te doorbreken. Daarnaast is het risico op indirect refoulement onvoldoende onderbouwd en Duitsland heeft expliciet garanties gegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.